Woensdagavond, 10 april 2019. Ik mag vlieg op de muur zijn bij Sjonge Jonge in Grou.

Eén keer heb ik ze zien optreden op het grote korenfestival in Rotterdam en dat smaakte naar meer, dus mijn verwachtingen zijn hoog gespannen.

Bij binnenkomst word ik heel hartelijk begroet en ook elkaar begroeten de koorleden warm. Het is een gezellige groep. En ze hebben er duidelijk zin in.

Dirigente Akke Bosma geeft het startsein (een simpel “Ga staan” volstaat) en begint met een klapoefening waarbij de concentratie in één keer op standje 10 moet. Dan volgen in rap tempo een liptriloefening, een vooraf ingestudeerde, vierstemmige zangoefening en een klap-stamp oefening met voor- en nadoen. Heel goed opletten dus. Perfecte warming-up voor de hersenen.

Ze gaan een nieuw stuk instuderen. Een simpel stuk, volgens de dirigente. Ze zingt het eerst helemaal voor en dan nemen de verschillende stemsoorten regel voor regel hun partij over. Meteen na het doorzingen van de eerste vierstemmige regels pikt ze er een paar details uit en geeft de juiste intentie aan, zodat de zangers die meteen meerepeteren. Dat scheelt later weer poetswerk. Ook de uitspraak van het Britse Engels wordt even meegenomen. Een detail dat vaak vergeten wordt, of te laat benoemd. (Coach is onder de indruk.)

Het instuderen gaat opvallend snel. In de pauze blijkt dat de zangers dat zelf ook vinden. Best lekker, een keertje een simpel stuk, dat toch heel mooi klinkt. Zo simpel is het trouwens ook weer niet, want in de zanglijnen zitten hier en daar nog best uitdagende sprongen en inzetten. Bosma zingt ze met veel verve voor en de zangers nemen ze met dezelfde energie over. Af en toe maakt ze een foutje en herstelt dat dan (met net zoveel verve) door twee keer de juiste lijn te zingen. Ze straalt vertrouwen uit. De sfeer is dan ook ontspannen geconcentreerd. Binnen één repetitiehelft staat het stuk in de steigers. Lekker.

Na de pauze nemen ze wat oudere stukken door. Mad World, waarbij het koor vrolijk bij de dirigente “wegloopt”, die dat vanzelf duidelijk laat worden door steeds langzamer te gaan dirigeren. Pas na een maat of twintig heeft iedereen het door. Met berouwvolle blikken zetten ze nog een keer in en nu kijkt iedereen om de paar noten even op. Hoera, contact.

Fouten zitten er niet in, maar er is wat mechaniciteit in geslopen. De derde keer is de uitvoering weer ‘wakker’ en komt het prachtige arrangement mooi tot zijn recht. Ik heb kippenvel.

Er volgen nog twee stukken met regie erbij en het werktempo blijft onverminderd hoog. Dit koor wil op een repetitie-avond lekker hard werken en heel veel zingen. Kletsen doen ze relatief weinig en dan meestal over een noot of een vergeten afspraak, maar de dirigente heeft weinig moeite om ze er weer bij te krijgen.

Aan het eind van de repetitie krijg ik tien minuten (het werden er meer) om mijn ‘betaling te doen’ in de vorm van wat zangtips. De groepshouding is unaniem gretig, zelfs na dat harde werken. Ze slurpen alles op!

Terug in de auto zit ik nog na te grijnzen en denk (weer eens): ik mis koor.